SuperDoggo ← Alle rasgidsen
Labradoodle

Labradoodle: de complete rasgids

grootKruising (doodle)121 hoofdstukken

Dit zijn de eerste 2 hoofdstukken van onze Labradoodle-gids. De volledige gids — 121 korte leesstukken over gedrag, training, gezondheid, voeding en de oude dag — lees je gratis in de SuperDoggo-app.

Karakter in één oogopslag

Typische scores voor het ras (1-5); individuele honden verschillen.

AppartementKinderenHondenDierenEnergieTrainingBeginnerAlleenVerharingVachtBlaffenWaaks

Wat is een Labradoodle eigenlijk?

Je hoort het woord Labradoodle overal, maar wat je precies in huis hebt, is minder eenduidig dan het lijkt. Een Labradoodle is geen rashond met een officiele standaard, maar een kruising tussen twee bestaande rassen. Dat verklaart meteen waarom geen twee doodles helemaal hetzelfde zijn. In dit stuk lees je waar de Labradoodle vandaan komt en wat die oorsprong betekent voor jouw hond.

In het kort
  • Een Labradoodle is een kruising tussen een Labrador Retriever en een Poedel, geen zelfstandig, door de FCI erkend ras.
  • De eerste bewuste kruising werd eind jaren tachtig gemaakt door Wally Conron in Australie, voor een geleidehond-project.
  • Omdat er geen bindende rasstandaard is, verschillen Labradoodles sterk in vacht, formaat, karakter en gezondheid.
  • Veel eigenschappen die aan het ouderras Labrador of Poedel worden toegeschreven, kunnen bij jouw doodle wel of juist niet terugkomen.
  • Wie een Labradoodle begrijpt als kruising in plaats van als vast ras, houdt realistische verwachtingen en minder verrassingen.

Geen ras, maar een kruising

Als je vraagt wat voor hond je hebt, is Labradoodle een handig woord, maar het dekt niet dezelfde lading als bijvoorbeeld Labrador of Poedel. Die laatste twee zijn erkende rassen met een vastgelegde rasstandaard: afspraken over bouw, vacht, formaat en karakter waar fokkers zich aan houden en waarop honden op tentoonstellingen worden beoordeeld. Een Labradoodle heeft dat niet. Het is de verzamelnaam voor de nakomelingen van een Labrador Retriever en een Poedel, meestal een koningspoedel of middenslagpoedel. Er is geen internationale organisatie zoals de FCI die vastlegt hoe een Labradoodle er hoort uit te zien of zich hoort te gedragen. In de hondenwereld heet zoiets een kruising, en dat woord is niet negatief bedoeld, maar wel bepalend voor wat je van je hond kunt verwachten.

Dat verschil is geen detail. Bij een rashond weet je vrij goed wat je krijgt, omdat generaties lang op een vast type is gefokt. Bij een kruising komen de eigenschappen van twee verschillende rassen samen, en die kunnen zich op talloze manieren mengen. Daarom kan de ene Labradoodle een stevige, krullende hond zijn en de andere een slankere hond met een golvende vacht, terwijl beide met recht Labradoodle heten.

Waar de Labradoodle vandaan komt

De Labradoodle zoals wij die kennen ontstond eind jaren tachtig in Australie. Wally Conron, destijds werkzaam bij een organisatie die geleidehonden opleidde, kreeg de vraag van een blinde vrouw wier man allergisch was voor honden. Hij zocht naar een geleidehond die goed opgeleid kon worden, maar die het gezin hopelijk minder allergische klachten zou geven. Hij kruiste een Labrador Retriever, het klassieke geleidehondras, met een Poedel, dat bekendstond om zijn weinig verharende vacht. De gedachte was dat de combinatie het beste van beide zou kunnen verenigen: de werklust en het karakter van de Labrador met de vacht van de Poedel.

Uit die eerste combinatie kwam de naam Labradoodle voort. Het idee sprak enorm aan, en binnen enkele jaren groeide de kruising uit tot een populaire gezinshond over de hele wereld. Conron zelf heeft later publiekelijk twijfels geuit over de hausse die volgde, vooral omdat de populariteit ook veel onzorgvuldige fok aantrok. Die kanttekening is nuttig om in het achterhoofd te houden: de Labradoodle begon als een doordacht experiment met een concrete hulpvraag, niet als een marketingproduct dat op massa was gericht.

Twee ouderrassen, twee verhalen

Om je eigen hond te begrijpen, helpt het om iets te weten over beide ouders. De Labrador Retriever is een vriendelijke, mensgerichte werkhond die van apporteren en water houdt, en die bekendstaat als leergierig, gezellig en behoorlijk eetlustig. Het is niet voor niets een van de populairste gezins- en werkhonden ter wereld. De Poedel is een intelligent, elegant ras dat oorspronkelijk eveneens als apporteur van waterwild werd ingezet en dat een opvallend krullende, weinig verharende vacht heeft. Achter het chique imago schuilt dus ook een oorspronkelijke werkhond met veel verstand.

Jouw Labradoodle draagt genen van beide mee, maar niet in een vaste verhouding. De ene doodle lijkt in gedrag meer op de gezellige, wat onbekommerde Labrador, terwijl de andere de gevoeligere, scherpe intelligentie van de Poedel laat zien. Ook lichamelijk kan het alle kanten op: van een breed, stevig gebouwde hond tot een fijnere, sportievere verschijning. Dat maakt het lastig om over de Labradoodle in het algemeen stellige uitspraken te doen.

Waarom die achtergrond ertoe doet

Het besef dat je een kruising in huis hebt, verandert hoe je naar je hond kijkt. Verwacht geen twee identieke doodles, ook niet binnen een nest. Broertjes en zusjes kunnen in vacht en formaat verschillen, en zeker karakters lopen uiteen. Dat is geen fout of afwijking, maar een logisch gevolg van het mengen van twee rassen met elk hun eigen genetische bagage. Wie dit begrijpt, kijkt met mildere en realistischere ogen naar de eigenaardigheden van zijn hond.

Praktisch betekent dit dat je je hond leert kennen als individu, niet als exemplaar van een vaste blauwdruk. Beschrijvingen die stellig beweren dat een Labradoodle altijd rustig, altijd niet-verharend of altijd hypoallergeen is, kloppen simpelweg niet met de werkelijkheid van een kruising. Zulke beloftes klinken aantrekkelijk, maar ze doen de natuurlijke variatie geen recht.

Wat een Labradoodle niet is

Een Labradoodle is geen gegarandeerd allergievriendelijke hond, geen hond die vanzelf onderhoudsvrij is, en geen hond met een voorspelbaar eindresultaat. Het woord Labradoodle zegt iets over de afkomst, maar weinig over hoe jouw specifieke hond eruitziet of zich gedraagt. Verkopers die met stellige beloften schermen, doen daarmee de variatie van de kruising tekort en scheppen verwachtingen die de hond niet altijd kan waarmaken. Later in deze gids lees je uitgebreid over de hypoallergeen-mythe en het vachtonderhoud, twee onderwerpen waar die verwachtingen vaak stuklopen.

De rol van de fokker

Juist omdat er geen bindende standaard is, maakt de keuze van de fokker een groot verschil. Een zorgvuldige fokker die de ouderdieren op gezondheid laat testen en eerlijk is over wat een pup kan worden, geeft je een veel voorspelbaarder startpunt dan een fokker die op volume draait en vooral verkoopt op uiterlijk. Ook de vroege socialisatie in het nest, dus de eerste ervaringen met mensen en geluiden, heeft grote invloed op het latere karakter. Later in deze gids lees je uitgebreid hoe je bewust kiest en waaraan je een goede fokker herkent.

Populariteit als tweesnijdend zwaard

De enorme populariteit van de Labradoodle heeft twee kanten. Aan de ene kant zijn er veel liefhebbers, veel informatie en actieve verenigingen die zich met de kruising bezighouden. Aan de andere kant trekt de vraag ook fokkers aan die vooral op winst uit zijn, met alle risico's van dien voor gezondheid en welzijn. Als eigenaar kun je aan die markt weinig veranderen, maar je kunt er wel bewust van zijn en je informatie kritisch wegen.

Een hond met een eigen plek

Ondanks het ontbreken van een officiele erkenning heeft de Labradoodle een duidelijke plek veroverd als gezinshond. Veel eigenaren zijn juist gecharmeerd van de combinatie van vriendelijkheid, intelligentie en een aaibaar uiterlijk. Als je die eigenschappen waardeert en de variatie accepteert, kan het een fijne, trouwe metgezel zijn die goed in een actief gezin past. De sleutel is dat je de hond neemt zoals hij werkelijk is.

Kort samengevat

Je Labradoodle is een kruising van Labrador en Poedel met een boeiende ontstaansgeschiedenis en een grote onderlinge variatie. Dat maakt hem niet minder waardevol, maar wel minder voorspelbaar dan een rashond met een vaste standaard. Wie dat begrijpt, kijkt met open blik en realistische verwachtingen naar zijn hond en geniet des te meer van wat hem uniek maakt.

Lees ook: Australian Labradoodle of gewone Labradoodle: wat is het verschil? - Waarom geen twee Labradoodles hetzelfde zijn

Energie, verveling en probleemgedrag

Veel Labradoodles hebben behoorlijk wat energie en een werklustig brein - een erfenis van zowel de Labrador als de poedel. Wordt die energie niet gebruikt, dan zoekt je hond zelf een uitweg, en dat ziet er zelden uit zoals je zou willen. In dit stuk lees je waarom verveling zo vaak aan de basis van probleemgedrag ligt.

In het kort
  • Veel Labradoodles combineren de energie van de Labrador met het werklustige brein van de poedel.
  • Onbenutte energie verdwijnt niet - je hond kanaliseert die in kauwen, blaffen, graven of onrust.
  • Probleemgedrag is meestal een symptoom van te weinig beweging, kopwerk of rust, niet van onwil.
  • Door de kruising verschilt de behoefte per hond sterk; kijk naar jouw individu, niet naar een gemiddelde.
  • Een voorspelbaar dagritme met beweging, snuffelwerk en genoeg slaap voorkomt de meeste ontsporingen.

Waar die energie vandaan komt

De Labradoodle is geen ras met een vaste standaard maar een kruising tussen de Labrador Retriever en de poedel - twee honden die van oorsprong voor werk zijn gefokt. De Labrador haalde apport uit het water, de poedel deed hetzelfde en gold bovendien als bijzonder leergierig. Beide ouderrassen brengen dus een flinke dosis energie en denkkracht mee. Bij veel Labradoodles zie je dat terug in een hond die graag bezig is, snel dingen oppikt en zich niet snel laat vermoeien door een blokje om. Hoeveel energie jouw hond precies heeft, hangt af van de lijn, de generatie en het individu, dus lees dit als een tendens en niet als een wet.

Waarom onbenutte energie een probleem wordt

Energie verdwijnt niet vanzelf. Krijgt je hond te weinig lichaamsbeweging en te weinig kopwerk, dan blijft er een overschot over dat ergens heen moet. Je hond gaat dat overschot dan zelf invullen, en de manieren die hij kiest zijn zelden de manieren die jij prettig vindt. Kauwen op meubels, graven in de tuin, blaffen naar geluiden, rondjes rennen door het huis of eindeloos aan je porren - het zijn allemaal ventielen voor opgekropte energie. Het is belangrijk om te beseffen dat je hond dit niet doet om je te pesten of uit koppigheid, maar omdat hij een uitlaatklep zoekt die jij nog niet hebt aangeboden.

Verveling versus onrust

Verveling en onrust lijken op elkaar maar zijn niet hetzelfde. Een verveelde hond mist prikkeling en gaat op zoek naar bezigheid: hij verzint een spelletje met een schoen of graaft een kuil. Een onrustige of overprikkelde hond kan juist te veel prikkels binnenkrijgen en niet meer tot rust komen. Beide leiden tot vervelend gedrag, maar de oplossing verschilt: verveling los je op met meer zinvolle bezigheid, onrust met minder prikkels en meer rust. Leer daarom kijken naar het verschil, zodat je niet een oververmoeide hond nog meer gaat afmatten in de hoop dat hij dan wel kalmeert.

Beweging als basis, maar niet als enige antwoord

Beweging is een onmisbaar onderdeel van de oplossing. Een goede wandeling waarin je hond mag snuffelen, rennen en af en toe iets mag apporteren, haalt letterlijk de druk van de ketel. Toch is meer beweging alleen niet altijd het antwoord. Wie zijn hond elke dag steeds verder uitput, kweekt soms een steeds fittere hond die juist méér aankan. De kunst is een balans te vinden tussen fysieke inspanning en mentale ontlading, zonder dat je een topsporter aan het trainen bent die nooit meer moe wordt.

Het brein moet ook moe worden

Voor veel Labradoodles is kopwerk minstens zo belangrijk als een rondje rennen. Denkspelletjes, zoekopdrachten, een snuffelmat, kauwwerk en korte trainingsmomenten laten je hond nadenken, en nadenken is vermoeiend op een gezonde manier. Tien tot vijftien minuten geconcentreerd snuffelen of oefenen kan een hond meer voldoening en rust geven dan een half uur draven. Bouw dit soort momenten bewust in je dag in, dan voorkom je dat je hond de hele dag op zoek is naar prikkels die hij zelf verzint.

Rust is een vaardigheid

Een punt dat gemakkelijk vergeten wordt: rust moet je een hond aanleren. Een hond die de hele dag activiteit krijgt aangeboden, kan verleren hoe hij zichzelf uitzet. Volwassen honden hebben veel slaap nodig, en een puppy of jonge hond nog meer. Zorg voor een vaste, rustige plek en momenten op de dag waarop er niets hoeft te gebeuren. Leert je hond ontspannen en niets doen, dan raakt hij minder snel overvol en zoekt hij minder snel zelf naar bezigheid.

Een voorspelbaar dagritme

Veel probleemgedrag verdwijnt vanzelf zodra de dag voorspelbaar wordt. Een ritme met vaste momenten voor beweging, eten, kopwerk, aandacht en rust geeft je hond houvast. Hij hoeft dan niet steeds zelf te bepalen wat er gaat gebeuren en raakt daardoor minder gefrustreerd. Dat betekent niet dat elke dag identiek moet zijn, maar wel dat de grote lijnen herkenbaar blijven. Voor een gevoelige hond - en veel Labradoodles zijn gevoelig - is die voorspelbaarheid een groot geschenk.

Kijk naar jouw individu

Omdat de Labradoodle een kruising is, verschilt de energiebehoefte sterk per hond. De ene Labradoodle is een rustige huisgenoot die met twee stevige wandelingen tevreden is, de andere lijkt onvermoeibaar. Val niet in de val van een vast schema uit een boekje, maar observeer je eigen hond. Wanneer wordt hij onrustig, wanneer komt hij tot rust, welke bezigheden geven hem voldoening? Dat individuele beeld is waardevoller dan welke algemene richtlijn ook.

Wanneer het meer is dan verveling

Blijft het probleemgedrag ondanks genoeg beweging, kopwerk en rust bestaan, dan speelt er mogelijk meer. Angst, stress, pijn of een medische oorzaak kunnen zich ook als onrust of destructie uiten. Verandert het gedrag plotseling of gaat het gepaard met andere signalen, raadpleeg dan je dierenarts; twijfel je over de aanpak, dan kan een gedragsdeskundige met een positieve, beloningsgerichte werkwijze je verder helpen. Zie probleemgedrag dus altijd eerst als een vraag: wat heeft mijn hond nodig dat hij nu niet krijgt?

De valkuil van steeds meer prikkels

Een misverstand dat veel eigenaren duur betalen, is dat een druk gedragende hond simpelweg meer bezigheid nodig heeft. Wie zijn Labradoodle bij elk teken van onrust nog een balletje toewerpt of nog een spelletje aanbiedt, leert de hond onbedoeld dat druk doen aandacht en activiteit oplevert. Zo kweek je een hond die nooit meer uit zichzelf tot rust komt en steeds opnieuw om prikkels vraagt. De kunst is om activiteit en rust bewust te scheiden en niet elke onrustige bui met een nieuwe bezigheid te belonen, hoe verleidelijk dat ook is.

Kleine aanpassingen, groot verschil

Vaak zijn het geen grote ingrepen maar kleine, dagelijkse gewoontes die het verschil maken. Een deel van het voer uit een snuffelmat of denkspel laten verdienen, een korte zoekopdracht in de tuin, tien minuten kauwwerk na de wandeling en een vast rustmoment na het eten - zulke ingrepen kosten weinig tijd en houden je hond mentaal in balans. Kijk welke bezigheden jouw hond echt voldoening geven en bouw die met mate in. Consequent volgehouden hebben deze kleine dingen meer effect dan een enkele lange, uitputtende activiteit.

Lees ook: Graven en kauwen begrijpen - Overprikkeling herkennen en voorkomen

Nog 119 hoofdstukken over de Labradoodle

Lees de complete gids gratis in de app — offline, met herinneringen op maat van jouw hond.

Download in de App Store Meer over de app →

Alles wat in de volledige gids zit

Kennismaken met de Labradoodle (11)
  • Wat is een Labradoodle eigenlijk?
  • 🔒 F1, F1b, F2 en multigen: de generaties uitgelegd
  • 🔒 Australian Labradoodle of gewone Labradoodle: wat is het verschil?
  • 🔒 De hypoallergeen-mythe: wat het onderzoek laat zien
  • 🔒 Waarom geen twee Labradoodles hetzelfde zijn
  • 🔒 Formaatvarianten: mini, medium en standaard
  • 🔒 Het typische karakter van de Labradoodle
  • 🔒 Is de Labradoodle de hond voor jou?
  • 🔒 Vachttypes: wol, fleece en haar
  • 🔒 Bewust kopen: zo herken je een goede fokker
  • 🔒 Rasvereniging & een pup uit goede handen
Gedrag begrijpen (10)
  • Energie, verveling en probleemgedrag
  • 🔒 Springen en enthousiast begroeten
  • 🔒 Trekken aan de lijn begrijpen
  • 🔒 Aanhankelijkheid en alleen thuis zijn
  • 🔒 Bewaken van eten en spullen
  • 🔒 Angst, gevoeligheid en socialisatie
  • 🔒 Jachtdrift en apporteerdrang
  • 🔒 Graven en kauwen begrijpen
  • 🔒 Overprikkeling herkennen en voorkomen
  • 🔒 Puberteit en terugval
Communicatie (10)
  • 🔒 De lichaamstaal van je Labradoodle leren lezen
  • 🔒 Wat blaffen en janken van je Labradoodle betekenen
  • 🔒 Oogcontact en aandacht met je Labradoodle
  • 🔒 Hoe je Labradoodle jou leest
  • 🔒 Stresssignalen bij je Labradoodle herkennen
  • 🔒 Spel-signalen van je Labradoodle begrijpen
  • 🔒 Nuances in staart, oren en vacht bij je Labradoodle
  • 🔒 Begroetingsrituelen van je Labradoodle
  • 🔒 Communiceren met kinderen en andere honden
  • 🔒 Miscommunicatie met je Labradoodle voorkomen
Training (10)
  • 🔒 Waarom beloningsgericht trainen zo goed past bij je Labradoodle
  • 🔒 Basiscommando's stap voor stap opbouwen
  • 🔒 Een betrouwbaar terugroepsignaal opbouwen
  • 🔒 Netjes leren loslopen zonder trekken
  • 🔒 Zindelijkheid: herhaling en omgaan met terugval
  • 🔒 Sociale training met honden en mensen
  • 🔒 Impulscontrole leren aan je Labradoodle
  • 🔒 Clicker- en markertraining voor je Labradoodle
  • 🔒 Veelgemaakte trainingsfouten en hoe je ze vermijdt
  • 🔒 Consistentie in het gezin: neuzen dezelfde kant op
Mentale uitdaging (10)
  • 🔒 Waarom mentale uitdaging cruciaal is voor je Labradoodle
  • 🔒 Snuffelspellen en neuswerk voor je Labradoodle
  • 🔒 Voedselpuzzels: eten als uitdaging
  • 🔒 Apporteren: het spel dat in je Labradoodle zit
  • 🔒 Trucjes leren met je Labradoodle
  • 🔒 Brain-games voor binnen
  • 🔒 Afwisseling in wandelingen: mentale uitdaging onderweg
  • 🔒 Kauwen als ontspanning voor je Labradoodle
  • 🔒 Balans tussen inspanning en rust: over-arousal vermijden
  • 🔒 Mentale uitdaging op een regenachtige dag
Beweging (10)
  • 🔒 Hoeveel beweging heeft je Labradoodle nodig?
  • 🔒 Pup en groeischijven: niet overbelasten
  • 🔒 Zwemmen: de Labrador-erfenis in het water
  • 🔒 Wandelen versus rennen: de juiste mix
  • 🔒 Hittegevoeligheid en de dichte vacht in de zomer
  • 🔒 Beweging bij verschillende formaten: mini tot standaard
  • 🔒 Gewrichtsvriendelijke beweging bij HD- en ED-aanleg
  • 🔒 Fietsen en hardlopen met je hond
  • 🔒 Rust en herstel: net zo belangrijk als beweging
  • 🔒 Beweging combineren met snuffelen
Gezondheid (10)
  • 🔒 Heupdysplasie bij de Labradoodle
  • 🔒 Elleboogdysplasie bij de Labradoodle
  • 🔒 Progressieve retina-atrofie (PRA) en de DNA-test
  • 🔒 De ziekte van Addison bij de Labradoodle
  • 🔒 Von Willebrand en de bloedstolling
  • 🔒 Epilepsie bij de Labradoodle
  • 🔒 Oorontstekingen bij de Labradoodle
  • 🔒 Overgewicht als gezondheidsrisico
  • 🔒 Huid en allergie bij de Labradoodle
  • 🔒 Hybride vigor is geen garantie
Voeding (10)
  • 🔒 De basis van goede voeding voor je Labradoodle
  • 🔒 Hoeveel en hoe vaak: porties afstemmen op het formaat
  • 🔒 Overgewicht voorkomen: de Labrador-erfenis in de gaten houden
  • 🔒 Pup-voeding en gezonde groei
  • 🔒 Overschakelen van voer zonder maagklachten
  • 🔒 Brok, vers of rauw: rustig kiezen wat past
  • 🔒 Snacks en beloningen in de trainingsbalans
  • 🔒 Voedselallergie en de gevoelige maag
  • 🔒 Schema en vaste momenten rond het eten
  • 🔒 Water en signalen van een opgeblazen maag
Verzorging (10)
  • 🔒 De drie vachttypes: wol, fleece en haar
  • 🔒 Thuis borstelen tot op de huid
  • 🔒 Naar de trimmer: trimbeurt en coupe
  • 🔒 De vachtwissel rond de puberteit
  • 🔒 Baden en drogen
  • 🔒 Oren schoonhouden bij hangoren
  • 🔒 Ogen, traanstrepen en haar rond de ogen
  • 🔒 Nagels, voetzolen en haar tussen de kussentjes
  • 🔒 Gebit en tanden verzorgen
  • 🔒 Meer onderhoud, niet minder: de hypoallergeen-mythe
Dagelijks leven (10)
  • 🔒 Een fijne dagstructuur voor je Labradoodle
  • 🔒 Alleen thuis zonder stress
  • 🔒 De Labradoodle in huis met kinderen
  • 🔒 Samenleven met andere huisdieren
  • 🔒 Autorijden en reizen met je Labradoodle
  • 🔒 Ontspannen naar dierenarts en trimmer
  • 🔒 Op visite en logeren met je hond
  • 🔒 Verhaart een doodle echt niet?
  • 🔒 Vakantie, oppas en logeeradres
  • 🔒 Door de seizoenen: modder, hitte en kou
Gezelschap, sport en trucs (10)
  • 🔒 De Labradoodle als gezelschaps- en gezinshond
  • 🔒 De Labradoodle als assistentie- en geleidehond
  • 🔒 Therapie- en bezoekhond worden
  • 🔒 Apporteersport en dummytraining
  • 🔒 Behendigheid en agility
  • 🔒 Neuswerk en speuren als hersengym
  • 🔒 Trucjes leren en freestyle
  • 🔒 Watersport en zwemmen als sport
  • 🔒 Wandelsport en canicross
  • 🔒 Een baantje geven voor mentale rust
Oudere Labradoodle (10)
  • 🔒 Wanneer wordt je Labradoodle senior?
  • 🔒 De eerste ouderdomssignalen herkennen
  • 🔒 Artrose en gewrichten bij de oudere Labradoodle
  • 🔒 Gebit en mondzorg op leeftijd
  • 🔒 Gewicht en voeding voor de senior
  • 🔒 Vacht en huid bij het ouder worden
  • 🔒 Cognitieve veroudering bij de oudere doodle
  • 🔒 Aangepaste beweging en comfort in huis
  • 🔒 Medische controles voor de oudere Labradoodle
  • 🔒 Afscheid nemen en kwaliteit van leven

De Labradoodle is geen erkend ras maar een kruising; eigenschappen, uiterlijk, vacht en gezondheid VERSCHILLEN sterk per individu en per generatie (F1, F1b, multigen/Australian). Alle leeftijden, maten, gewichten en kosten zijn TYPISCHE RICHTWAARDEN. Gezondheidspunten zijn aanlegrisico's (geerfd van Labrador en Poedel), geen diagnose. Raadpleeg bij twijfel of klachten altijd je eigen dierenarts.